heet vanaf nu
2019
13
okt
door
Martijn Lupke
560
2
0

Zinnige zorg, deel 2

‘Het is de bedoeling dat we elkaar helpen bij de inleiding, dan houden we de deur open en houd je goed zicht op je patiënt terwijl je mij helpt’, zei mijn maatje bij het koffieapparaat nadat hij me een rondleiding door het paviljoen had gegeven. Het bleek niet alleen een tandartspraktijk te zijn maar een gezondheidscentrum waar ook huisartsen praktijk hielden. Een somatische afdeling binnen de psychiatrie. ‘Mooie synergie’, dacht ik terwijl we met het dienblad met koffie terugliepen naar de behandelkamers.

‘De inleiding heeft vaak meer weg van een potje vrij worstelen, dan van een inleiding op de OK zoals we gewend zijn hoor’, waarschuwde mijn maatje terwijl hij de koffie uitdeelde aan de tandarts en mondhygiëniste die hun programma aan het voorbereiden waren. ‘Daar worden jullie toch op geselecteerd’, grapte de tandarts die in de biceps van de anesthesioloog kneep. De eerste koffievlek was een feit. Er zouden er nog meer volgen, verzekerde de mondhygiëniste ons. ‘We houden het wel hygiënisch he?’, lachte de tandarts die richting het schoonmaakhok liep om een dweil te halen.

De eerste cliënt zat al te wachten met een begeleider. De Barbie waar deze cliënt mee speelde diende voor mij onbewust als indicator voor het mentale niveau. In een poging contact te krijgen vroeg ik hoe de Barbie heette. In plaats van een reactie van de cliënt, antwoordde de begeleidster. ‘Doe geen moeite, hij heeft het verstandelijke niveau van een baby’. Ik lachte wat ongemakkelijk in een poging mijn respect voor haar zichtbare optimisme te tonen.

Aan de leeftijd van de begeleidster, die zich voorstelde als de moeder, maakte ik op dat zij de zorg voor haar zoon al minstens 40 jaar voor haar rekening nam. ‘Hoe houd je dit vol?’, dacht ik in een poging er een voorstelling van te maken. Haar optimisme en opgewekte stemming hadden duidelijk een rustgevend effect op haar zoon. Dat zou echter snel veranderen.

‘Iedereen klaar?’, vroeg de tandarts nadat we de time-out-procedure deden die qua informatieverstrekking volledig op informatie van de moeder rustte. We hadden de infuusbenodigdheden in de aanslag, inclusief een spuit propofol en flushzout. De term "crashinductie" is voor meerdere situaties toepasbaar, zo zou blijken.

Het straktrekken van de stuwband was het startschot voor de worstelpartij. Vanuit het niets kwam er een oerkreet en een bijna onbedwingbare motorische onrust die we amper met 4 man onder controle konden houden. Onbewust gingen mijn gedachten naar een scène uit de film Hollowman, waarin een experiment met een gorilla in een soortgelijke stoel uit de hand liep. Met moeite kon ik de arm van de cliënt geklemd houden tussen mijn hand en de armsteun van de behandelstoel. De anesthesioloog hield de infuusnaald in de aanslag en probeerde het juiste moment te timen om toe te slaan. Het had qua precisie en timing iets weg van een straaljager te laten landen op een vliegdekschep met windkracht 10.

Ik keek rechts over mijn schouder in een poging de moeder non-verbaal te betrekken bij de worsteling. Om een blijk van haar aanwezigheid te geven en haar op een of andere manier het gevoel te geven dat het niet anders kon dan op deze manier. Ze gaf me een knipoog. Een knípoog. Ik dacht dat ik het niet goed zag.


Lees volgende week deel 3

Deel dit artikel
2 keer gedeeld
reageer

Martijn Lupke

Martijn Lupke (1975) is hoofdredacteur en directeur van OK Visie. Daarnaast is hij werkzaam als anesthesiemedewerker en sedationist in het St Jansdal Ziekenhuis. In 2015 richtte hij OKBlog op, wat in 2017 fuseerde met OK Nieuws tot OK Visie. 

bekijk al mijn blogs >
nog geen reacties geplaatst
...

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reactie*

Naam*

E-mail*

Plaats reactie >