heet vanaf nu
2021
29
sep
door
Ingrid Hummel
936
4
0

De anesthesiemedewerker: Nederland vs. België

Wie in België een operatiekamer binnenloopt, zal misschien op het eerste gezicht niets opvallen. Het operatieteam is even groot als in de Nederlandse ziekenhuizen, maar de taken liggen heel anders. Bij onze zuiderburen bestaat de functie van anesthesiemedewerker niet. In principe staat in iedere zaal een anesthesist. De omloop doet wat assisterend werk. In België is er wel een opleiding voor anesthesieassistent, maar het is geen erkende functie. Het systeem is dus heel anders. Wat vinden operatieverpleegkundigen en anesthesisten van deze verschillen? En zou er niet wat meer eenheid moeten zijn? ‘Ze zeggen wel: als je in Nederland de opleiding voor anesthesiemedewerker doet, dan ben je eigenlijk al een halve anesthesist.’ Maar is dat ook wenselijk?

In Nederland wordt gewerkt volgens het ‘twee-tafel-systeem’ of het ‘twee-zalen-systeem’, waarbij er voor twee operatiekamers één anesthesist beschikbaar is. Ooit was dit in België ook zo, er was soms zelfs sprake van een drie-zalen-systeem, maar dat is al lang verleden tijd. Inmiddels beschikt elke operatiekamer over een eigen anesthesioloog of arts-assistent anesthesiologie. Er zijn geen tekenen dat dit zal veranderen in een situatie zoals in Nederland, legt Peter De Gang uit. De Gang is Verpleegkundig Afdelingshoofd PAZA bij Ziekenhuis Netwerk Antwerpen en voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Operatieverpleegkundigen (VVOV). ‘De wet zegt dat er overal een anesthesist of arts-assistent aanwezig moet zijn. Een verpleegkundige mag wel bepaalde gedelegeerde handelingen doen, maar altijd onder toezicht. Er moet auditief en visueel contact zijn.’ Het gebéurt overigens wel dat operatieverpleegkundigen zelfstandig op zaal staan, zegt De Gang.

Normering

Personeel op de OK moet in Vlaanderen een afgeronde opleiding tot verpleegkundige hebben. Daarna kunnen ze een zogenaamde banaba (bachelor na bachelor) doen voor de beroepstitel perioperatieve verpleegkundige, maar die heeft weer een andere status dan die voor de spoedeisende hulp of de IC. Peter De Gang: ‘Onze opleiding is als zodanig wel erkend, maar de beroepstitel is niet genormeerd. Op de spoed en de IC moet 75 procent van de medewerkers een beroepstitel hebben. Voor de OK is zo’n norm er niet.’ Dat komt misschien door een betere lobby van de spoedartsen? Of een andere status van de spoedzorg omdat mensen graag naar ER of andere tv-series over de SEH kijken? Het zou al heel wat schelen als er tijdens de verpleegkundige opleiding – die van drie naar vier jaar is gegaan – meer ruimte is voor de specialisatie OK, zegt de VVOV-voorzitter. ‘Dan zijn mensen ook eerder inzetbaar.’

Taakverdeling

Hoe bij onze zuiderburen dan de gang van zaken op de werkvloer is? ‘Globaal gezien bestaat een operatieteam uit dezelfde personen als in Nederland’, zegt De Gang. “Alleen is de taakverdeling anders. De omloopverpleegkundige start bij de anesthesie. Hij of zij assisteert bij de inductie in de functie van anesthesieverpleegkundige. Als de patiënt stabiel is, gaat hij of zij verder met de omlooptaken voor chirurgie. Als er een instrumenterende verpleegkundige in de zaal is – wat niet bij elke ingreep nodig is, – dan start die alvast een aantal voorbereidingen en gaat dan scrubben en aan tafel. Vooral in kleinere ziekenhuizen of bij kleinere ingrepen is er maar één verpleegkundige per zaal. Of er is een arts-assistent die meehelpt bij het instrumenterende of assisterende werk. Het vervoer van de patiënt en de overdracht aan bijvoorbeeld de recovery is de taak van de anesthesist, met hulp van de omloopverpleegkundige. De anesthesist blijft dan de eindverantwoordelijke.’

Mentaliteit

Maar in een academisch ziekenhuis gaat het wat anders, vertelt anesthesioloog Matthijs Vogels. Vogels is opgeleid in het UMCG in Groningen en doet nu een fellowship kinderanesthesiologie in België (UZ Leuven) en het Radboudumc in Nijmegen. ‘In Leuven heeft één anesthesioloog de supervisie over vier zalen, waarbij op elke OK een arts-assistent staat.’ Dat er geen anesthesiemedewerker tot zijn beschikking stond, maar een omloop, was in het begin wel even wennen. Matthijs Vogels: “In Nederland word je opgeleid met een anesthesiemedewerker aan je zijde. Als die heel ervaren is, kun je daar veel steun aan hebben. Er worden dingen klaargelegd en aangegeven. In België moet je alles zelf doen. Klussen als de beademingsmachine controleren en medicatie optrekken voor de hele dag en dan moet je ook nog op de patiënten letten.’ Het verschilt per omloop hoe die anesthesieassistentie verleent, heeft Vogels gemerkt. ‘Je moet vaak expliciet zeggen wat je wilt.’ Bovendien zijn de kennis over en ervaring met anesthesie bij kinderen soms niet zo groot als die bij volwassenen. In Leuven worden kinderen daarom op zaal ingeleid door de arts-assistent en de supervisor-anesthesioloog gezamenlijk, vertelt Vogels. ‘Eigenlijk is het wel harder werken in België, vind ik, maar daar leer je ontzettend veel van. Je komt erachter hoeveel een anesthesiemedewerker eigenlijk doet op een dag. Daardoor waardeer ik dat nog extra.’ Manav Mehra ziet dat ook. ‘In België heerst een andere mentaliteit. Heel veel taken van een Nederlandse anesthesiemedewerker doen we zelf’, zegt de anesthesioloog. ‘We starten hier ook wat eerder. We beginnen zelf met de ampen, het opstarten en testen van de machines, het ophalen en optrekken van de opiaten. Dan ga je de patiënt ophalen bij de holding.’

ODP

Mehra is medisch hoofd OK bij het Adrz, met locaties in Goes, Vlissingen en Zierikzee. Hij deed geneeskunde in het Erasmus MC en anesthesie in UZ Leuven. Daarna deed hij een fellowship in Londen. Nog steeds is hij faculty member van de British Anesthesia and Pain Academy. Mehra kent dus de situatie in Nederland, België én Engeland goed. ‘De assistentie in Nederland is hooggekwalificeerd’, zegt hij. ‘Er werken hier mensen met jaren ervaring in de anesthesie. Je kunt de functies in Nederland, Engeland en België niet goed vergelijken. Een operatieverpleegkundige is heel wat anders dan een anesthesiemedewerker en ook de opleidingen verschillen heel veel van elkaar.’ In Engeland staat ook een anesthesist op elke zaal, maar die wordt ondersteund door een speciaal opgeleide ODP: operating department practitioner, legt Mehra uit. Die zijn vergelijkbaar met een anesthesiemedewerker. Net als in Nederland hoeft dat in Engeland geen verpleegkundige te zijn, vult Peter De Gang aan.

Financiën

‘Ik vind het Nederlandse systeem het beste als het gaat om kostenefficiëntie. Daarna komt Engeland en dan België’, lacht Manav Mehra, ‘maar de kwaliteit van zorg is overal goed.’ De systemen zijn internationaal heel verschillend, zeggen alle anesthesisten. In Nederland zijn zij in loondienst, in België zelfstandig ondernemers. Zij zullen anesthesieassistentie zelf moeten inhuren en eventueel hun opleidingen betalen. Dat gebeurt in Wallonië en Vlaanderen soms ook, zegt Peter De Gang. Volgens Charlotte Stolte, anesthesioloog en medisch diensthoofd van het operatiekwartier van AZ Nikolaas in het Belgische Sint Niklaas, worden de internationale verschillen vooral verklaard door waarop per land de nadruk ligt. ‘Ik heb soms het idee dat in Nederland de financiën altijd primeren boven kwaliteit en service. Het lijkt me een precair evenwicht, waarbij de situatie in België soms juist het volledig tegenovergestelde is.’

Geheel

In Nederland zijn de OK-opleidingen destijds afgesplitst omdat er een tekort was aan verpleegkundigen, legt Peter De Gang uit. ‘Zo ontstonden wat technische opleidingen. Die sluiten misschien beter aan bij de steeds geavanceerder wordende operaties, maar je leidt wel mensen op die enkel naar een klein deeltje kijken in plaats van naar de patiënt in z’n totaliteit.’ Charlotte Stolte denkt daarom dat anesthesiemedewerkers of operatieverpleegkundigen nooit alle taken van een anesthesioloog kunnen overnemen. Het liefst houdt ze veel zelf in de hand. Stolte: ‘Ik ben trots om anesthesist te zijn vanwege het feit dat we de mens als een geheel zien. Ik denk dat we er daarom voor moeten waken dat we ons beroep uithollen door alles uit te besteden. Ik denk dat we fier mogen zijn op alles wat we in de afgelopen decennia hebben verwezenlijkt. Als je bedenkt dat vroeger de chirurg alles zelf deed en dat we nu toch van duidelijke meerwaarde zijn met al onze kennis en kunde. Daardoor kan de chirurg focussen op wat voor hem of haar belangrijk is. Ik vraag me af, als we voor elk facet een verpleegkundige opleiden, wat is onze meerwaarde dan nog?’


Gebruik jij de OK Visie app al? Ja? Daar zijn we blij mee! Nog niet?
Download hem hier voor Android en iOS
Delen
4 keer gedeeld
reageer
advertentie

Ook interessant

blog
Werkzaamheden, wensen en waarden van operatie-assistenten
blog
Opereren in een kinderziekenhuis
blog
Ontdek werken op de OK in het Spaarne Gasthuis
blog
Onze OK: ViaSana

Ingrid Hummel

Met mijn neus voor nieuws, enthousiasme en ervaring als operatieassistente in zowel diverse ziekenhuizen als zelfstandige behandelcentra, houd ik jullie, als redacteur van OK Visie, graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op ok-gebied.
Daarnaast ben ik het gezicht van 'OKteleVisie, vrouw van Martijn, trotse moeder en fanatiek gezelligheidstennisster.

bekijk al mijn blogs >
nog geen reacties geplaatst