De duurzame OK begint niet bij de afvalbak
De duurzame operatiekamer begint niet met een extra afvalstroom of een goedbedoelde poster bij de spoelruimte. De echte winst zit eerder in de keuzes die we iedere dag maken: welke anesthesietechniek we gebruiken, hoe lang de luchtbehandeling draait, welke materialen we inkopen en hoeveel we eigenlijk weggooien zonder ons daar nog over te verbazen.
Het proefschrift Carbon Footprint Reduction of the Operating Room van anesthesioloog Herman Jan Friedericy laat precies dat zien. Het onderzoek, verdedigd op 30 september 2026 aan de Universiteit Leiden, brengt de milieubelasting van de OK breed in kaart: van anesthesiegassen en ventilatie tot instrumentenverpakkingen, disposables, sterilisatie en manieren om de CO2-uitstoot van een operatiekamer meetbaar te maken.
De belangrijkste les? Duurzaamheid hoeft niet te botsen met patiëntveiligheid. Maar dan moeten we wel stoppen met alleen kijken naar wat er na de operatie in de afvalbak ligt.
De OK is een intensief proces
Een operatiekamer is geen gewone werkruimte. De lucht wordt gefilterd, verwarmd, gekoeld en ververst. Apparatuur staat klaar of draait. Materialen worden geopend, gebruikt en weggegooid. En rondom iedere ingreep zijn logistiek, sterilisatie, transport en energiegebruik georganiseerd.
Daar komen drie soorten milieubelasting samen:
- Directe uitstoot, bijvoorbeeld door anesthesiegassen.
- Indirecte uitstoot door energiegebruik, waaronder ventilatie en klimaatbeheersing.
- Uitstoot die ontstaat door productie, transport, gebruik en verwerking van medische hulpmiddelen en afval.
Dat maakt de OK een plek met een forse footprint, maar ook een plek waar gerichte keuzes echt verschil kunnen maken. Voorwaarde is wel dat we weten waar de grootste belasting zit. En die zit lang niet altijd waar we denken dat die zit.
Anesthesie: veel gaat al goed
Voor anesthesiemedewerkers en anesthesiologen is de discussie over duurzaamheid vaak het meest herkenbaar. Inhalatieanesthetica staan al langer in de belangstelling, en terecht. Vooral desfluraan heeft een zeer hoge klimaatimpact.
Nederland lijkt hierin relatief gunstig te scoren. Propofol is voor veel anesthesiologen de eerste keuze voor algehele anesthesie. Desfluraan wordt beperkt gebruikt en ook lachgas is in veel settings grotendeels verdwenen. Dat betekent niet dat het onderwerp daarmee klaar is. Uit het onderzoek blijkt dat desfluraan, ondanks een klein aandeel in het totale ingekochte volume aan vluchtige anesthetica, verantwoordelijk kan zijn voor een groot deel van de emissies. Niet omdat er zoveel van wordt gebruikt, maar omdat de klimaatimpact per milliliter veel groter is.
De vraag is dus niet alleen: welk middel gebruiken we? De vraag is ook: is dat middel in deze situatie echt nodig?
Low-flow is gewoon zorgvuldig werken
Duurzaamheid in de anesthesie gaat niet alleen over de keuze tussen TIVA en inhalatieanesthesie. Ook de manier waarop vluchtige anesthetica worden toegediend, maakt verschil.
Low-flow anesthesie vermindert het verbruik van anestheticum, terwijl je de gewenste concentratie juist nauwkeurig kunt sturen. Dat is geen duurzaamheidskunstje naast het echte werk. Het is juist een voorbeeld van goed anesthesiologisch handelen: doelgericht doseren, verspilling beperken en controle houden.
Eigenlijk is dat de kern van veel duurzame maatregelen in de OK. Niet minder zorgvuldig werken, maar slimmer en bewuster organiseren.
Kijk verder dan de anesthesiekar
Wie duurzaamheid op de OK uitsluitend vertaalt naar anesthesiegassen, mist een groot deel van het verhaal. De grootste emissiebronnen kunnen namelijk ook liggen bij luchtbehandeling, energieverbruik, medische hulpmiddelen, operatiejassen, instrumentensets en verpakkingen.
Vooral de ventilatie verdient aandacht. HVAC-systemen behoren tot de grootste energiegebruikers van een OK-complex. In sommige analyses hangt 90 tot 99 procent van het energiegebruik samen met luchtbehandeling.
Dat roept logische vragen op.
Moet een ongebruikte OK buiten werktijd op hetzelfde niveau geventileerd worden als tijdens een open procedure? Kunnen instellingen veilig terugschakelen wanneer een kamer niet in gebruik is? En hoeveel winst is er te behalen met warmteterugwinning uit afgevoerde lucht?
Dit zijn geen vragen die de OK alleen kan beantwoorden. Hier zijn OK-management, facilitair bedrijf, vastgoed, infectiepreventie, techniek en Raad van Bestuur samen aan zet. Duurzaamheid is dus niet een projectje van een enthousiaste werkgroep. Het raakt de manier waarop een ziekenhuis zijn operatiecomplex ontwerpt, beheert en gebruikt.
Afval is het eindpunt
In de OK zien we afval. Veel afval. Maar de belangrijkste vraag is niet hoe goed we dat afval scheiden. De eerste vraag is of het afval wel had hoeven ontstaan.
Gemiddeld komt er tijdens een operatie een aanzienlijke hoeveelheid materiaal vrij. Een deel daarvan is onvermijdelijk, maar een deel ontstaat ook doordat producten standaard worden geopend, sets te ruim zijn samengesteld of materialen worden gebruikt “voor de zekerheid”.
Daarom is de volgorde belangrijk:- Voorkomen.
- Verminderen.
- Hergebruiken.
- Recyclen.
- Pas daarna verwerken als afval.
Dat vraagt om kritischer kijken naar onze routine. Moet dit product standaard op tafel liggen? Moet deze set zo uitgebreid zijn? Kan een ongeopend product terug? Kan een tray slimmer worden samengesteld? En zijn er materialen die we herbruikbaar kunnen inzetten zonder concessies aan veiligheid, kwaliteit of werkbaarheid?
De afvalbak is dus niet het begin van duurzaamheid. Hij laat vooral zien welke keuzes we eerder in het proces hebben gemaakt.
Herbruikbaar is niet automatisch duurzaam
Ook bij herbruikbare materialen is nuance nodig. Een herbruikbare sterilisatiecontainer kan over de hele levensduur aanzienlijk gunstiger uitpakken dan blue wrap. Maar dat hangt wel af van hoe vaak de container wordt gebruikt, hoe deze wordt gereinigd, welke energiebron wordt gebruikt en welke logistiek erbij komt kijken.
De boodschap is eenvoudig: kijk niet alleen naar het product zelf, maar naar de hele keten.
Een disposable kan praktisch lijken, maar heeft productie, verpakking, transport en afvalverwerking nodig. Een herbruikbaar product vraagt reiniging, sterilisatie, water, energie en transport. Pas als je het totale plaatje bekijkt, kun je verantwoord vergelijken.
Voor inkoop betekent dat dat prijs en functionaliteit niet de enige criteria zouden moeten zijn. De vraag naar levenscyclus, hergebruik, verpakkingsvolume en aantoonbare milieubelasting hoort steeds vaker mee te wegen.
Van goede bedoelingen naar meten
Misschien is het sterkste onderdeel van het proefschrift wel dat het duurzaamheid vertaalt naar een aanpak die OK-professionals herkennen.
Met HSMEA, gebaseerd op de bekende veiligheidsmethodiek HFMEA, kun je een proces stap voor stap analyseren. Niet met de vraag waar iets fout kan gaan voor de patiënt, maar met de vraag waar onnodige milieubelasting ontstaat.
Dat sluit goed aan bij hoe we in de OK al gewend zijn te werken. We analyseren processen, zoeken risico’s, verbeteren werkwijzen en meten het effect. Duurzaamheid hoeft daar niet los naast te staan. Het kan onderdeel worden van dezelfde verbetercultuur.
Ook de SCALE-tool maakt dat concreet. Daarmee wordt zichtbaar welke onderdelen van het OK-proces de grootste CO2-impact hebben en waar de meeste reductie mogelijk is.
Dat voorkomt dat duurzaamheid blijft steken in losse acties die goed voelen, maar nauwelijks effect hebben.
Niet: “We moeten iets met groen.”
Maar: “Waar zit onze grootste belasting, en welke maatregel levert daar aantoonbaar de meeste winst op?”
Niet honderd kleine acties
Een opvallende conclusie uit het onderzoek is dat een beperkt aantal grotere systeemmaatregelen het grootste deel van de mogelijke reductie kan realiseren.
Denk aan:- Overstappen op hernieuwbare energie.
- Vermijden van lachgas en terughoudend gebruik van middelen met een hoge klimaatimpact.
- Toepassen van end-tidal control en efficiënt low-flow gebruik.
- Investeren in dampafvangsystemen waar dat passend is.
- Warmteterugwinning en slimme ventilatiestrategieën.
- Gebruik van herbruikbare jassen, instrumentenverpakkingen of andere materialen wanneer de volledige levenscyclus dat ondersteunt.
Dat is een belangrijke boodschap voor OK-managers en duurzame-zorgwerkgroepen. Niet iedere maatregel hoeft klein te zijn. En niet iedere zichtbare actie is automatisch de meest effectieve.
Soms ligt de grootste winst niet bij een andere afvalbak, maar bij een keuze in de installatieruimte, het inkoopcontract, het anesthesiebeleid of de samenstelling van een standaardpakket.
De duurzame OK is een professionele OK
Uiteindelijk gaat dit onderwerp niet alleen over CO2, afval of energie. Het gaat over professioneel handelen.- Waarom gebruiken we dit product?
- Waarom staat deze apparatuur aan?
- Waarom is deze set zo samengesteld?
- Waarom kiezen we standaard voor disposable?
- Waarom meten we patiëntveiligheid en kwaliteit wel, maar milieubelasting nog nauwelijks?
Zolang we die vragen niet stellen, blijft duurzaamheid afhankelijk van individuele motivatie. Zodra we die vragen wel standaard opnemen in ons werk, wordt duurzaamheid onderdeel van normale OK-zorg.
De meest duurzame OK is dan niet de OK waar iedereen voortdurend “groen” probeert te denken.
Het is de OK waarin verspilling, onnodig energiegebruik en ondoordachte materiaalkeuzes net zo vanzelfsprekend worden besproken als patiëntveiligheid, infectiepreventie en doelmatigheid.