heet vanaf nu
2018
14
okt
door
Carol Timmer
2047
13
0

Groeistuipen of laatste stuipen? Hoe hoog is de nood?

Nu dat de nood aan de man komt, gaan zorginstellingen en functiegerichte opleidingen volop aan de slag om oplossingen te bedenken voor het tekort aan personeel op de specialistische verpleegafdelingen en de operatiecentra. De drijfveer hierbij is het dreigend of reeds ontstane productieverlies door het sluiten van afdelingen/operatiekamers of het verminderen van het aantal operatieve ingrepen. En natuurlijk…. de hinder die patiënten ondervinden.

Hoge nood hebben
De tijd van personeelstekorten leert ons dat nood wetten breekt en er oplossingen bedacht worden die voorheen onmogelijk leken. Gelukkig wordt van de nood een deugd gemaakt en starten er landelijke projecten onder regie van de Vereniging van Branche-opleidingsinstituten Gezondheidszorg (VBG) zoals 'CZO Flex Level' met als doel landelijke flexibilisering van Verpleegkundige Vervolg Opleidingen en Medisch Ondersteunend Onderwijs.

Maar ook in de regio's overleggen de zorginstellingen met de functiegerichte opleidingen over creëren van zijinstroom, flexibilisering van de opleidingen, verkorting van de opleidingsduur en samen ontwikkelen van nieuwe onderwijsmethodieken.
Vermoedelijk draait men bij het College Zorgopleidingen (CZO) volop overuren door het nadenken en meepraten over nieuwe opleidingsinitiatieven. Hier houdt men immers namens de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), toezicht op de kwaliteit van de branchegerichte zorgopleidingen door het erkennen van de opleidende zorgorganisaties en daarna deze doorlopend te auditen. Er vindt nu volop overleg plaats met als doel het ontwikkelen van flexibele en meer op de huidige zorgvraag afgestemde functiegerichte en branchegerichte opleidingen. Het CZO toetst en accrediteert de aangepaste en nieuwe opleidingen om de kwaliteit ervan te waarborgen.

Als de nood het hoogste is, is de redding nabij?
Het is de vraag of functie- en branchegericht opleiden nog wel kans maakt om te overleven. Is het niet verstandiger om het radicaal anders aan te pakken? Bijvoorbeeld door het functiegericht opleiden over te laten aan de Corporate Academy/Bij- en nascholingsafdeling van een ziekenhuis of particuliere opleidingsinstituten. Hier ontwikkelen en optimaliseren zij vooral het op de werkplek interprofessioneel opleiden en trainen. En door het branchegericht opleiden over te hevelen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie VWS) naar het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ministerie OCW).

Het biedt voordelen voor zorginstellingen, professionals, studenten en uiteindelijk voor de kwaliteit van de patiëntenzorg om steeds meer vormen van inservice-onderwijs (initieel en vervolgopleidingen) onder te brengen bij het beroepsonderwijs van het Ministerie OCW. Nu hebben afgeronde inservice-opleidingen op het terrein van de gezondheidszorg en die daardoor vallen onder het Ministerie VWS, geen plaats binnen het reguliere beroepsonderwijs dat valt onder het Ministerie van OCW en zijn daar ook niet mee te vergelijken. Lastig voor afgestudeerden van de inservice-opleidingen die door willen studeren of van beroep veranderen.

De opleidingen die opleiden voor de beroepen op het operatiecentrum veranderen ook. Zo is bijvoorbeeld de opleiding Bachelor Medische Hulpverlening (BMH) een 'nieuwe speler' op de markt van de acute, intensieve en operatieve zorgverlening. De student van de opleiding BMH bouwt een brede medische basiskennis op waarbij de kern telkens is het diagnosticeren en bewaken van de gezondheidstoestand van de patiënt en therapeutisch handelen. In de laatste twee jaar van de opleiding kiest de student een afstudeerrichting uit een van de verschillende keuzemogelijkheden (spoedeisende hulp, ambulancezorg, anesthesie, operatieve zorg en cardio-diagnostiek) en loopt zijn of haar stages in het werkveld van deze afstudeerrichting.

In de nood leert met zijn vrienden kennen
In de OK-wereld wordt ook gewerkt aan vernieuwing en modernisering van het onderwijs. Door middel van jarenlang lopende programma's zoals OKC2025, zullen opleidingen en werkveld elkaar wel weer vinden onder de noemer Interventie Zorg. Samenwerkend met de clusters Acute Zorg en Intensieve Zorg ontstaan er vast en zeker mooie aangepaste of nieuwe leertrajecten.

Ondertussen worden er ook combinaties gemaakt van inservice-opleidingen en reguliere beroepsopleidingen welke tot dubbelkwalificering leiden en moeten voorkomen dat inservice-opgeleiden in een zogenaamde 'fuikfunctie' terecht komen. Een voorbeeld hiervan is de opleiding HBO-VT/Anesthesiemedewerker waarbij de Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Amstel Academie van de Vrije Universiteit medisch centrum (VUmc) nauw samenwerken bij het in vijf jaar opleiden van studenten tot twee diploma's: bachelor hbo-verpleegkunde en Anesthesiemedewerker.

Voltijdstudenten hbo-verpleegkunde van de HvA die deze opleidingsvariant willen volgen, kiezen in het derde opleidingsjaar een theorieprogramma (minor) van 20 weken met een focus op verpleegkunde én op intensieve klinische zorg/anesthesie. Aansluitend lopen ze 20 weken stage. Studenten die na een sollicitatieprocedure een opleidingsplaats bij een van de aangesloten ziekenhuizen hebben gekregen volgen hun stage op een operatiecentrum. In het vierde jaar van hun opleiding sluiten zij met het ziekenhuis een leerarbeidsovereenkomst en ronden ze als duaalstudent hun bachelor hbo-verpleegkunde bij de HvA af. Daarna volgt de student bij VUmc Amstel Academie het laatste jaar van de opleiding Anesthesiemedewerker om het door het College van Zorgopleidingen (CZO) erkende diploma Anesthesiemedewerker te behalen. Aan het einde van de opleiding kan de student zelfstandig functioneren als anesthesiemedewerker in zowel basissituaties als in hoogcomplexe situaties.

Klagers hebben geen nood en pochers hebben geen brood

Het is te hopen dat nieuwe opleidingen omarmd gaan worden door de huidige beroepsbeoefenaren op de operatiecentra en de studenten een kans krijgen (en nemen) om hun talenten te laten zien. De studenten zullen als 'pioniers' hun waarde en vakbekwaamheid in de pre-, per- en postoperatieve zorg aan OK-patiënten, moeten gaan bewijzen.

Zie ook:

https://www.vumc.nl/onderwijs/map/Basisopleiding-medisch-onderst/domein-okopleidingen/HBOVTAnesthesiemedewerker/

http://www.hva.nl/opleiding/hbo-verpleegkunde/de-studie/studieprogramma/jaar-3/anesthesie-programma/anesthesie-programma.html

https://www.nvbmh.nl/

Deel dit artikel
13 keer gedeeld
reageer

Carol Timmer

Momenteel werk ik als opleidingsadviseur bij de VUmc Academie in het domein ‘Praktijkleren, opleiden en ontwikkelen’. Hier houd ik mij voornamelijk bezig met het verder ontwikkelen van klinisch redeneren, werkplekleren en werkbegeleiding.

bekijk al mijn blogs >
nog geen reacties geplaatst
...

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reactie*

Naam*

E-mail*

Plaats reactie >