heet vanaf nu
2019
15
sep
door
Ingrid Hummel
1120
8
0

Meer opleiden; waar zijn deze cijfers op gebaseerd? Het Capaciteitsplan 2018-2021 nader bekeken

De cijfers liegen er niet om; 1068 operatieassistenten en 492 anesthesiemedewerkers. Dat is de hoeveelheid mensen dat jaarlijks opgeleid moeten worden om in 2024 geen personeelstekorten meer op de ok te hebben. Dit advies werd eind 2108 gegeven door het Capaciteitsorgaan. Ik vroeg Frank de Roo en Maurice Heck, beide programmasecretaris bij het Capaciteitsorgaan, waar deze cijfers op zijn gebaseerd en wat hun visie is op de huidige personeelstekorten. Het Capaciteitsorgaan onderzoekt de toekomstig benodigde capaciteit aan professionals in de zorg en de daarvoor benodigde instroom in de opleidingen en rapporteert hierover aan de zorgsector en de overheid.

Frank, zelf van oorsprong operatieassistent, is na een tijd werkzaam te zijn geweest als physician assistant kinderhartchirurgie, in 2017 terechtgekomen bij het Capaciteitsorgaan. Maurice werkt sinds 2015 aan de ramingen voor de FZO-beroepen.

 

Kunnen jullie uitleggen hoe het Capaciteitsorgaan aan deze cijfers zijn gekomen, oftewel waar is dit advies op gebaseerd?

 

Maurice: ‘We hebben hiervoor naar verschillende factoren gekeken; naar de zorgvraag, het zorgaanbod en de opleiding. Simpel gezegd: Hoeveel operatieassistenten en anesthesiemedewerkers zijn er momenteel werkzaam? Hoeveel stromen er naar verwachting uit?  Hoeveel leerlingen zijn er afgelopen jaren in de opleiding gestroomd en hoeveel hebben er daarvan hun opleiding voltooid? En hoeveel leerlingen zitten er momenteel in de opleiding? Daarnaast is er gekeken naar de verwachte veranderingen in de zorgvraag.’


‘Aan de hand van een uitgebreid rekenmodel zijn we uitgekomen op bovenstaand advies, ‘ aldus Frank. ‘Hiervoor zijn verschillende instellingen ondervraagd, om zo tot een goed en compleet beeld te komen. We hebben een uitgebreide enquête gehouden onder alle opleidende ziekenhuizen in Nederland. Hiervoor is een speciale webapplicatie ontwikkeld. De ziekenhuizen is onder andere gevraagd hoeveel fte’s zij in dienst hebben, hoeveel fte’s er niet in loondienst zijn (te denken aan detacheerders en zzp’ers) en hoeveel fte’s moeilijk vervulbare vacatures er zijn. 

Daarnaast hebben we navraag gedaan naar het aantal fte’s van 60 jaar en ouder en de verwachte uitstroom van medewerkers die nu jonger dan 60 jaar zijn. Ook wordt er onderzoek verricht naar ontwikkelingen van de zorgvraag door bv te kijken naar het aantal dbc’s.

 

Ook landelijke experts en experts in alle ziekenhuizen is gevraagd naar hun verwachting over de toekomstige vakinhoudelijke ontwikkelingen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan nieuwe operatietechnieken waarvoor er een operatieassistent meer of minder nodig is, of een uitbreiding van de POS, waardoor er een verschuiving van anesthesiemedewerkers plaatsvindt.

 

Ook is er gekeken naar de demografische factoren. Hoe is de bevolking samengesteld en wat is de leeftijdsopbouw? In het algemeen zie je in Nederland aan de ene kant een ontgroening (minder jongeren) en aan de andere kant een vergrijzing. In regio’s waar de vergrijzing prominenter aanwezig is, zullen naar verwachting meer mensen geopereerd moeten worden 

 

In de grote steden, en dan met name Amsterdam, zijn grote hoeveelheden toeristen, waardoor er een hogere druk op de acute as, zoals de ambulancezorg wordt gelegd. Maar daaruit voortvloeiend indirect ook op de operatieve zorg. 

 

Tot slot wordt jaarlijks het CZO (College Zorg Opleidingen) gevraagd naar het aantal instromers in de opleidingen in het afgelopen jaar en hoeveel personen de opleiding met succesvol hebben afgerond. Dat wordt het interne rendement genoemd.Voor anesthesiemedewerkers was dat in 2018 65% en voor operatieassistenten 61%. 

Van alle FZO-opleidingen zijn dit verreweg de laagste rendementen. Waarschijnlijk komt dit omdat de instroom grotendeels bestaat uit schoolverlaters, een relatief jonge groep mensen dus. In het algemeen leidt dat tot meer afvallers tijdens de opleiding. Duidelijk is dat bij een lager intern rendement meer opleidingsplaatsen nodig zijn.’

Frank vult aan: ‘Er is gebleken dat het interne rendement van de opleidingen Bachelor Medische Hulpverlening en HBO-v-t hoger is. Wellicht komt dit door het meer schoolse karakter van deze opleiding dan de inservice opleiding. Leerlingen trekken meer gezamenlijk met elkaar op en kunnen elkaar motiveren.

 Het Capaciteitsorgaan geeft een advies over benodigde instroom van ok-personeel, maar ook de uitstroom is een groot probleem. Is er gekeken naar de redenen van deze uitstroom?

 

Maurice: ‘Jazeker, we hebben hierbij gekeken naar de uitstroom en het externe rendement. 

Het deel van de gediplomeerden dat ook daadwerkelijk blijft werken in het vak waarvoor het diploma is behaald, het zogenaamde externe rendement. Dit aantal lag in 2018 voor anesthesiemedewerkers (98%) aanzienlijk hoger dan voor operatieassistenten (87%).’

Maurice: ‘Ook hebben we navraag gedaan over de redenen waarom mensen dit vak verlaten en wat je veel terug hoort is dat zij ervoor kiezen om als zelfstandige te gaan werken vanwege onder andere een hogere beloning. Ook de inflexibiliteit van ziekenhuizen wordt genoemd. Ok-medewerkers willen blijkbaar graag meer vrijheid ervaren en als zzp’er ben je er in grotere mate vrij in om te bepalen wanneer je je diensten draait en vakantie neemt. Ook de toename van het aantal (onbetaalde) werkzaamheden naast het reguliere werk op de ok werd als een reden genoemd. Daarnaast zijn er mensen die meerdere diploma’s in de zorg hebben, en een andere functie gaan vervullen. En uiteraard is er ook een natuurlijk verloop, mensen die met pensioen gaan of komen te overlijden.’

 En de zorgvraag, die jullie eerder noemden?

‘De vraag naar ok-personeel neemt toe’, zegt Frank. ‘Er vindt een taakverschuiving plaats van anesthesioloog naar de anesthesiemedewerker. Deze voeren in steeds meer ziekenhuizen de preoperatieve screening uit. Ook specialiseren meer anesthesiemedewerkers zich tot Sedatie Praktijk Specialist, waarbij de sedatie steeds vaker poliklinisch, dus buiten de operatieafdeling wordt toegepast. Ook de invoer van de 24-uurs diensten leidt tot een toename van de vraag. 

‘Wat je ook ziet’, zegt Maurice, ‘is dat personeel naar zbc’s trekt, dieaantrekkelijk zijn vanwege onder andere gunstigere dienstroosters. De verschuiving naar zbc’s betekent overigens niet per se dat hierdoor de zorgvraag in Nederland naar operatieassistenten in het algemeen toeneemt: zorg en personeel verplaatsen zich in principe alleen maar. Wel is het zo dat zbc’s op dit moment niet of nauwelijk opleiden. Dit kan er op langere termijn toe leiden dat de opleidings- en begeleidingscapaciteit afneemt bij de opleidende zorginstellingen, vooral ziekenhuizen.’ 

 De opname van het beroep van operatieassistent en anesthesiemedewerker in de wet BIG, denken jullie dat dit leidt tot meer instroom van leerlingen?

Maurice: ‘Ik denk het eerlijk gezegd niet. Wat volgens mij meer meerwaarde heeft, is het creëren van meer mogelijkheden qua carrière en bredere inzet van de studenten. Als je kijkt naar de opleiding BMH of HBO V-T dan lijken deze voor de leerlingen meer toekomstperspectief te bieden dan de huidige inservice opleiding. Naar mijn idee zouden de beroepsgroepen c.q. verenigingen meer energie moeten steken in het kijken naar een samenwerking tussen de verschillende opleidingen in plaats van alleen te focussen op de wet BIG.’

Tot slot zegt Frank: ‘Uiteraard is het kwalitatief wel een goede zaak om ok-personeel te registreren. Ook is een erkende opleiding zeer belangrijk voor de arbeidsmarkt. Wat volgens mij ook helpt om meer mensen aan te trekken, is om het vak interessanter te maken. Kijken naar een mogelijke taakverschuiving, zodat een operatieassistent bijvoorbeeld meer bevoegdheden krijgt en ook taken zelfstandig kan uitvoeren.’ 

 



 

 

Anesthesiemedewerkers

Operatieassistenten

 

 

 

Benodigde jaarlijkse instroom vanaf 2019

492

1068

Intern rendement opleiding in % 2018

65%

61%

Extern rendement in % 2018

98%

87%

Aantal fte’s moeilijk vervulbare vacatures 2018

166

212

Aantal personen werkzaam 2018

2720

5207

Aantal fte’s werkzaam 2018

2204

4036

Aantal fte’s 60+ 2018

214

300

Deeltijdfactor

0,81

0,78

Totale uitstroom uit het beroep de komende jaren in fte’s

712

1169

aantal fte’s personeel niet in loondienst t.o.v. totaal aantal fte’s werkzamen 

 

7,2%

2,7%

 

 


Deel dit artikel
8 keer gedeeld
reageer

Ingrid Hummel

Met mijn neus voor nieuws, enthousiasme en ervaring als operatieassistente in zowel diverse ziekenhuizen als zelfstandige behandelcentra, houd ik jullie, als redacteur van OK Visie, graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op ok-gebied.
Daarnaast ben ik het gezicht van 'in the picture', vrouw van Martijn, trotse moeder en fanatiek gezelligheidstennisster.

bekijk al mijn blogs >
nog geen reacties geplaatst
...

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reactie*

Naam*

E-mail*

Plaats reactie >