Wie bewaakt de bekwaamheid op de operatiekamer?
Laatst vertelde ik iemand buiten de zorg dat anesthesiemedewerkers en operatieassistenten niet in het BIG-register staan. De reactie was direct: “Maar zij werken toch op de OK?”
Precies!
Voor mensen die nooit op een operatiekamer komen, is dat nauwelijks uit te leggen. Rond de operatietafel werken professionals die dagelijks een cruciale rol hebben in de veiligheid van patiënten. Toch bestaat er voor anesthesiemedewerkers en operatieassistenten geen landelijk en wettelijk systeem dat hen verplicht om gedurende hun hele loopbaan aantoonbaar bij- en nascholing te volgen of hun competenties actueel te houden. Dat klinkt groter dan het is, maar het is ook kleiner dan het zou moeten zijn.
Natuurlijk gebeurt er al veel. Ziekenhuizen organiseren scholing. Afdelingen werken met protocollen, vaardigheidstrainingen, e-learnings en bevoegdheidsregelingen. Beroepsverenigingen bieden kwaliteitsregisters en accreditatie. Veel collega’s nemen hun professionele ontwikkeling uiterst serieus.
Maar het blijft afhankelijk van waar je werkt, welke afspraken daar gelden en hoeveel ruimte er daadwerkelijk is voor scholing en toetsing.
Geen nieuw onderwerp
Voor veel mensen die in en rond de OK werken, is dit geen nieuwe discussie. De positie van anesthesiemedewerkers en operatieassistenten, de vraag naar wettelijke erkenning en de manier waarop kwaliteit en bekwaamheid moeten worden geborgd, komen al jarenlang terug.
Er zijn petities geweest, gesprekken gevoerd, standpunten ingenomen en brieven geschreven. Beroepsverenigingen hebben zich hard gemaakt voor een meer consistente en gelijkwaardige positie van medisch ondersteunende beroepen. Ook richting politiek en VWS is herhaaldelijk aandacht gevraagd voor de manier waarop deze beroepsgroepen worden gereguleerd.
En toch is de kernvraag nog steeds niet beantwoord.
Niet: zijn anesthesiemedewerkers en operatieassistenten belangrijk? Daar bestaat in de praktijk geen twijfel over. Niet: wordt er in ziekenhuizen bijgeschoold? Dat gebeurt op veel plaatsen intensief. De vraag is hoe wij landelijk, onafhankelijk en aantoonbaar borgen dat deze professionals gedurende hun hele loopbaan deskundig en bekwaam blijven.
Dat die vraag na zoveel jaren nog steeds openligt, zou ons niet gerust moeten stellen.
Een diploma is geen eindstation. Een diploma zegt dat iemand ooit startbekwaam was. Dat is belangrijk, maar het is niet voldoende voor een carrière van tientallen jaren op de operatiekamer. De OK verandert voortdurend. Nieuwe technieken, nieuwe apparatuur, andere medicatie, complexere patiënten en veranderende richtlijnen vragen om onderhoud. Niet alleen van kennis, maar ook van praktische vaardigheden, samenwerking en handelen onder druk.
Wie ooit geleerd heeft hoe iets moet, is niet automatisch aantoonbaar bekwaam gebleven. Dat is geen verwijt. Dat geldt voor iedereen. Maar op de OK is het wel relevant, omdat de gevolgen van een fout of een gemiste ontwikkeling groot kunnen zijn.
Juist daar zou je verwachten dat er een duidelijke, landelijke ondergrens bestaat.
Het probleem is niet de professional
Mijn punt is niet dat anesthesiemedewerkers en operatieassistenten onvoldoende deskundig zijn. Wie op een OK werkt, weet hoe onmisbaar hun kennis, ervaring en overzicht zijn. Mijn punt is dat wij als systeem onvoldoende consequent vastleggen hoe die deskundigheid gedurende een hele loopbaan wordt onderhouden.
De ene organisatie heeft een goed ingericht systeem met praktijktoetsing, scholing en duidelijke competentie-eisen. De andere organisatie regelt het anders. Soms uitstekend, soms vooral op papier. Daarmee wordt de aantoonbare bekwaamheid van professionals deels afhankelijk van lokale keuzes.
Dat vind ik moeilijk te rijmen met de verantwoordelijkheid die deze functies dragen.
Een patiënt die anesthesie krijgt, hoeft niet te weten hoe kwaliteitsregisters, bevoegdheidslijsten of interne scholingsprogramma’s werken. Die patiënt moet erop kunnen vertrouwen dat iedereen in de OK aantoonbaar bekwaam is voor het werk dat op dat moment wordt gedaan.
Niet alleen omdat iemand ooit een opleiding heeft afgerond. Maar omdat die bekwaamheid ook nu onderhouden en getoetst wordt.
BIG is niet het enige antwoord
De discussie moet wat mij betreft niet opnieuw uitsluitend vastlopen op de vraag of deze beroepsgroepen per se in het BIG-register moeten worden opgenomen. BIG-registratie is een mogelijk instrument, geen doel op zichzelf. Bovendien maakt een registratie alleen niemand automatisch beter in zijn vak.
Tegelijkertijd is het ook niet voldoende om na jaren van debat opnieuw te constateren dat kwaliteit “op andere manieren” kan worden geborgd. De vraag is dan: gebeurt dat voldoende uniform, voldoende onafhankelijk en voldoende aantoonbaar?
Tot nu toe lijkt het antwoord te vaak afhankelijk van de individuele werkgever, de afdeling, beschikbare tijd en budget, of de inzet van de professional zelf. Dat is geen verwijt aan die organisaties of collega’s. Het laat juist zien dat het huidige systeem te veel leunt op lokale verschillen en goede bedoelingen.
De overheid heeft eerder aangegeven geen aanleiding te zien voor BIG-opname van anesthesiemedewerkers, terwijl zij hun belang voor hoogwaardige operatieve zorg wel erkent. Het onderwerp is daarmee niet opgelost; het is vooral doorgeschoven. De recente Kamerbrief over de regulering van medisch ondersteunende beroepen laat zien dat deze kwestie nog steeds op de politieke agenda staat.
Geen wantrouwen, maar erkenning
Een verplicht systeem voor bij- en nascholing is geen wantrouwen richting collega’s. Het is erkenning van hun vak. Wij vragen veel van mensen die op de OK werken: nauwkeurigheid, technische vaardigheid, samenwerking, verantwoordelijkheid en rust wanneer de druk oplopt. Dan is het niet meer dan logisch dat we ook structureel vastleggen hoe die deskundigheid actueel blijft.
Dit debat hoeft niet opnieuw alleen te gaan over de vraag wie wel of niet in het BIG-register hoort. Het moet gaan over de vraag welke publieke en professionele waarborgen nodig zijn om patiënten én professionals te beschermen.
Ik weet niet of BIG-registratie de juiste oplossing is. Maar ik weet wel dat een diploma alleen geen levenslange kwaliteitsgarantie is. En ik weet ook dat een discussie die jarenlang wordt gevoerd zonder een heldere uitkomst, geen bewijs is dat het probleem niet bestaat.
Op de operatiekamer zouden we ons daar niet bij neer moeten leggen.