heet vanaf nu
2021
30
nov
door
Leendert Douma
438
3
0

Wie lost de wachtlijsten op?

Eind oktober schatte de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in dat het aantal behandelingen die door corona zijn uitgesteld oploopt tot tweehonderdduizend. Dat zal alleen nog maar meer worden, want in veel ziekenhuizen komt de planbare zorg alweer in het gedrang, ditmaal door de vijfde coronagolf. De wachtlijsten blijven groeien. Wie gaat dat stuwmeer aan uitgestelde zorg straks – of nog liever: nu – wegwerken? Zelfstandige klinieken staan te springen om hun rol te pakken, maar de samenwerking met ziekenhuizen verloopt stroef. Het helpt ook niet mee dat de zorgverzekeraars niet willen dat de inhaalzorg op grote schaal uitwijkt naar de zelfstandige behandelcentra (zbc’s). Zij betalen daar liever de ziekenhuizen voor.

Patiënten die in aanmerking komen voor planbare zorg – of het nou gaat om bijvoorbeeld orthopedische, oogheelkundige of plastische chirurgie – belandden sinds maart 2020 op de wachtlijsten van de ziekenhuizen. Die kunnen hun OK’s maar op hooguit zeventig of tachtig procent van hun capaciteit draaien. Ze worstelen met personeelstekort enerzijds en beschikbare IC-ruimte anderzijds. Het lange wachten is niet alleen vervelend, maar levert patiënten vaak nog meer gezondheidsschade op, zegt Sjoerd Bulstra, chirurg in het UMC Groningen en voorzitter van de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV). “Als mensen niet goed kunnen bewegen, gaan ze ook cardiopulmonaal achteruit. Het is lastig om te bepalen wat de meest urgente gevallen zijn. Je moet kijken naar de fysieke gesteldheid, maar ook naar de maatschappelijke positie van een patiënt. Heeft hij of zij een baan? Doet iemand mantelzorg? Elke specialist wil voorrang voor zijn eigen patiënt – daar ben je tenslotte dokter voor. Maar bij verminderde capaciteit moet je met z’n allen kijken hoe je het aanpakt.”

Dat gebeurt. Binnen de ‘orthopedische gemeenschap’, maar ook binnen andere specialismen, zoeken artsen elkaar op om patiënten toch een plek te geven, zo ziet Bulstra. “Dat kan in een buurziekenhuis zijn, maar ook in een zbc. Vanuit de NOV stimuleren we het ook: Kijk om je heen, verzin samen oplossingen. Dat vraagt best wat organisatietalent. Denk aan het inroosteren van operatiedagen, maar ook aan het regelen van postoperatieve zorg. En partijen moeten er financieel uitkomen. Er zijn sinds corona heel veel dingen gedaan waarvoor de rekening nu nog niet is vereffend. Er worden allerlei experimenten gedaan, maar er is helaas nog geen uniforme oplossing.”

Hapsnap

Er gebeurt veel – ook tussen ziekenhuizen en klinieken – maar de contacten zijn vooral hapsnap, zo blijkt uit een rondje door de regio’s. “Voor de coronatijd waren er ook al samenwerkingsverbanden voor het realiseren van de juiste zorg op de juiste plek”, zegt Paulette Timmerman, directeur van koepelorganisatie Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN). “Vanaf 2020 werd dat alleen maar urgenter. Voor COVID-patiënten is er een dashboard dat laat zien waar ze heen kunnen. Het is eigenlijk raar dat er niet zo’n dashboard is voor de reguliere zorg.” Dat zou alle beschikbare zorgcapaciteit vanuit patiëntperspectief moeten ontsluiten, zo betoogt Timmerman. Een voorbeeld van een succesvolle regionale aanpak voor de planbare reguliere zorg is het Amsterdamse zorgnetwerk dat vorig jaar is opgezet rondom het OLVG, het BovenIJ, het AVL, Bergman Clinics en XpertClinics. Daar zijn de zbc’s onderaannemer van het OLVG. Een digitale triage bepaalt wie waar naartoe gaat.

Slim inzetten

Ondanks dat er weinig structureel is geregeld, wordt het aandeel van de zbc’s in het wegwerken van de achtergebleven zorg steeds groter, schetst Paulette Timmerman. “Tot september van dit jaar hebben we zo’n honderdduizend patiënten meer geholpen. Het is lastig om te zeggen hoeveel operaties wij meer zijn gaan doen. Uit de NZa-monitor blijkt dat er ruim dertig procent meer verwijzingen van ziekenhuizen naar zbc’s zijn.” Maar de Nederlandse zelfstandige klinieken kunnen nog meer doen binnen de beschikbare capaciteit, zegt Timmerman. “Onze leden geven aan dat ze nog zo’n tien procent aan extra ruimte hebben. Er is voldoende personeel. Door die slimmer in te zetten – bijvoorbeeld door langere openingstijden – kunnen klinieken uitbreiden. Daar is wel wat financiële armslag voor nodig.” Die kosten zouden honderd- tot honderdvijftig miljoen euro bedragen, een hele kleine fractie van het totale zorgbudget. ZKN lobbyt daarvoor in de Tweede Kamer en aan de formatietafels. De zbc’s vinden daarbij steun bij Patiëntenfederatie Nederland, maar de zorgverzekeraars blijken minder bereidwillig.

Saamhorigheidsgevoel

De specialisten willen wel. “Die zitten niet te wachten op politieke spelletjes en willen gewoon hun ding doen, aan de slag voor hun patiënt”, zegt Cherry Ponsen. Zij is accountmanager voor de verhuur van operatiekamers bij Medical Parc van Sandstep Healthcare, een zelfstandige kliniek waar merken als Orthoparc, CosMed, Genderclinics en HandsOnCare onder vallen. De organisatie heeft twee klasse I prestatieniveau I OK’s in Bosch en Duin en drie OK’s in Rozendaal bij Arnhem. Er werkt een vast team van zo’n vijftien operatieassistenten, vijf anesthesiemedewerkers en ongeveer veertien verpleegkundigen.

Ponsen ziet veel belangstelling van ziekenhuizen om bij Medical Parc inhaalzorg te komen doen. “Het begon met contacten in Groningen. Het Martini ziekenhuis was de eerste die hier artroscopieën kwamen doen. Patiënten werd de keuze voorgelegd of ze dat wel wilden. De afstand Groningen-Arnhem is best groot. Bijna iedereen was enthousiast! Ook de orthopeed en de anesthesioloog stapten graag in de auto. Het waren gezellige dagen. Er lagen allemaal Groningers op de afdeling. Er heerste een soort saamhorigheidsgevoel.” Op deze manier zijn er iets meer dan honderd artroscopieën gedaan, zegt Robbert van de Mortel, operationeel directeur van Sandstep Healthcare. Inmiddels zijn er ook contacten met andere ziekenhuizen. Isala uit Zwolle gaat vanaf januari bij Medical Parc KNO-operaties uitvoeren. Al langer waren er overeenkomsten met Amsterdam UMC, locatie VUmc. En ziekenhuis Rijnstate in Arnhem doet er nu orthopedische en algemeen chirurgische ingrepen. “Dat werkt hetzelfde als bij het Martini ziekenhuis, alleen nemen zij hun eigen instrumenten mee. Dat vinden ze makkelijker. Dat is ook mogelijk doordat ze zo dichtbij zitten”, zegt Ponsen.

Projectteam

Zo hapsnap als de eerste contacten lopen, zo georganiseerd verloopt het vervolg, laten Robbert van de Mortel, Cherry Ponsen en Hoofd OK Jannette van der Wal zien. “We worden benaderd door een specialist uit het ziekenhuis, maar gaan daarna snel in gesprek met de raden van bestuur, de kwaliteitsfunctionarissen, operatieplanners en uiteraard de financiële mensen. Van begin af aan is er een projectteam om alles achter de schermen te organiseren.” Maar ook op de werkvloer wordt alles doorgesproken. Cherry Ponsen: “We vragen de specialisten die komen opereren om vooraf een klinische les te geven aan onze operatieassistenten, anesthesiemedewerkers en verpleegkundigen. Zo zijn we allemaal optimaal voorbereid. Welke shavers gaan we gebruiken? Hoe positioneren we de patiënt? Hebben we alle steunen voor een laparoscopische galblaas? Hoe intuberen we? Alles moet dichtgetimmerd zijn voordat we beginnen.” De totstandkoming van zo’n samenwerking kan zeker beter, concludeert Van de Mortel, maar als het eenmaal loopt, dan werkt het optimaal.

Personeel

Waarom staan de ziekenhuizen en de zbc’s dan soms met de ruggen naar elkaar toe, zelfs als de nood zo hoog is? “Sommige ziekenhuizen zien zelfstandige klinieken nog als concurrent”, legt Paulette Timmerman uit. “Die gaan er met ‘onze patiënten vandoor, roepen ze dan. Terwijl een patiënt van niemand is. Die hebben gewoon een keuze.” Ook Medical Parc ziet zichzelf niet als concurrent, eerder als aanvulling op het aanbod. Ook wordt weleens gezegd dat de zbc’s in de personeelsvijver van de ziekenhuizen vissen en daardoor de tekorten in stand houden. “Dat is uit proporties getrokken”, zegt Timmerman, “als je bedenkt dat er zo’n honderdduizend verpleegkundigen in ziekenhuizen werken en ongeveer vijfhonderd in zelfstandige klinieken.” Orthopeed Sjoerd Bulstra heeft nooit gezien dat de klinieken actief werven in ziekenhuizen, zo vertelt hij.

Hoofd OK Jannette van der Wal van Medical Parc ziet eerder dat operatieassistenten kiezen voor beide opties. “Veel mensen werken een paar dagen per week in het ziekenhuis. Daar zien ze spannende, hoogcomplexe zorg. Daarnaast werken ze een paar dagen per week bij ons om in een klein team in een platte organisatie lekker te kunnen knallen. Vijftien knieoperaties per dag, dat is goed voor je routine. Zo hou je kwaliteit.”

Capaciteit

De zbc’s hebben geen last van het personeelstekort, zeggen ZKN en Medical Parc. De ziekenhuizen wel, concludeert Bulstra. “Wij hebben in het UMCG zeker hinder van het personeelstekort op de OK’s, de verpleegafdelingen en op de IC’s. Maar we hebben ook last van tekorten in de wijkverpleging. De uitstroom na een operatie loopt daardoor spaak. Daardoor houden mensen langer een ziekenhuisbed bezet.” Ook dat zou pleiten voor een dashboard voor de reguliere (inhaal)zorg en een einde aan de politieke spelletjes. “We moeten alle capaciteit die er is nu inzetten om zo snel mogelijk zo veel mogelijk zorg te leveren”, besluit Paulette Timmerman, “zodat we hopelijk volgend jaar een normaal regulier zorgjaar in kunnen.”

Gebruik jij de OK Visie app al? Ja? Daar zijn we blij mee! Nog niet?
Download hem hier voor Android en iOS
Delen
3 keer gedeeld
reageer
advertentie

Ook interessant

nieuws
Harttransplantatie kind: 88 procent overleving na 10 jaar
nieuws
Onderzoek robot geassisteerde chirurgie in het VK
nieuws
Operatieassistent niet opgenomen in wet BIG
nieuws
Robotchirurgie zorgt voor 52% minder heropnames

Leendert Douma

Leendert Douma is tekstschrijver, journalist en redacteur. Met open blik en breed vizier. Gespecialiseerd in zorg en welzijn, wonen en architectuur, rechtspraak, kunst en cultuur. 

bekijk al mijn blogs >
nog geen reacties geplaatst