heet vanaf nu
2019
06
okt
door
Martijn Lupke
787
3
0

Zinnige zorg, deel 1

‘Heb je morgen tijd?’, las ik afgelopen donderdagavond in mijn Whatsapp tijdlijn. Mijn beste maatje die ook anesthesiemedewerker is had me nodig. Eigenlijk stond mijn agenda bol van de taken die ik voor OK Visie moest doen, maar deze oproep kon ik niet weigeren.

‘Ad hoc opdrachten, niet weten waar je terecht komt’, je kon me een paar jaar geleden nergens anders zenuwachtiger mee maken. Maar sinds ik de afgelopen tijd weer wat vaker actief ben in "het kluscircuit” gaat het me steeds beter af. Anesthesie is anesthesie, maakt niet uit waar je werkt. De basis is overal hetzelfde.

‘Waar heb je me morgen dan voor nodig?’, schreef ik terug terwijl ik al nadacht over de mogelijke antwoorden. Primair dacht ik aan meehelpen klussen in zijn huis. Zijn antwoord was een klus waarvan ik het bestaan niet wist. ‘Anesthesie geven aan zwaar verstandelijk gehandicapten bij tandheelkundige ingrepen op een buitenlocatie in de bossen.’ Ik kon zelfs op de fiets! Ik zei meteen ja. ‘Wat mooi dat dat kan voor deze mensen op deze manier’, dacht ik. Geen spannende ziekenhuisopname, geen reis naar het ziekenhuis, geen angstaanjagende OK ruimte, nee gewoon in de vertrouwde omgeving met ouders of begeleiders erbij.

‘Ik zie je morgen om 7:30 uur’, schreef ik terug nadat ik een korte briefing over de gang van zaken had gekregen. Het woord dat in mijn hoofd bleef hangen was ‘worstelen’. Niet voor niets bleek de dag erna al snel. ‘De anesthesietechniek die gehanteerd wordt is eenvoudig, maar veilig. Het komt in feite neer op een diepe sedatie met propofol, een beveiligde luchtweg met (nasale) tube en spontane ademhaling. De anesthesioloog werkt op 2 behandelkamers en doet de POS gesprekken tussendoor, wij staan op de kamers’, schreef mijn maatje er nog achteraan. ‘Komt goed kerel, ik zie je morgen!’

Ik ken de instelling waar ik heen moest goed. We gaan er in de zomer vaak naar de kinderboerderij met de kinderen. Het paviljoen waar ik moest zijn was me echter nooit opgevallen. De tegenoverliggende supermarkt - waar we later die dag frikandelbroodjes en cola gingen halen - kende ik wel. Ik stond binnen 5 minuten fietsen voor de ingang. Er was nog niemand.

In de verte hoorde ik het busje van mijn maatje al aankomen. Na een high five haalden we de spullen uit de achterbak en gingen naar binnen. Een bekende geur kwam me tegemoet die ik niet direct kon plaatsen. Het bleek een combinatie van tandpasta vermengt met koffie en schoonmaakmiddelen. De typische tandartspraktijkgeur.

Na alle spullen te hebben gepakt, de medicatie te hebben opgetrokken en gecontroleerd, de zuurstofcilinders te hebben gecontroleerd en koffie te hebben gehaald ging de bel. De eerste patiënt “stond” voor de deur. Mijn eerste blik op de patiënt deed me meteen de noodzaak van onze aanwezigheid begrijpen. Zelden zo’n zwaar gehandicapte cliënt gezien. Werkelijk geen contact mee te krijgen. Toch deed ik automatisch een poging om wel contact te krijgen. De moeder van deze cliënt waardeerde zichtbaar mijn poging, maar zei, ‘doe geen moeite, hij heeft het verstandelijk niveau van een baby.’ Ik lachte wat ongemakkelijk in een poging mijn diepe respect voor haar zichtbare optimisme te laten zien.

Mijn respect zou die dag alleen maar groter worden.


Lees volgende week deel 2

Deel dit artikel
3 keer gedeeld
reageer

Martijn Lupke

Martijn Lupke (1975) is hoofdredacteur en directeur van OK Visie. Daarnaast is hij werkzaam als anesthesiemedewerker en sedationist in het St Jansdal Ziekenhuis. In 2015 richtte hij OKBlog op, wat in 2017 fuseerde met OK Nieuws tot OK Visie. 

bekijk al mijn blogs >
nog geen reacties geplaatst
...

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reactie*

Naam*

E-mail*

Plaats reactie >