Hogere intraoperatieve bloeddrukdoelen verbeteren uitkomsten niet
Het hanteren van hogere intraoperatieve bloeddrukdoelen leidt bij electieve niet-cardiale chirurgie niet tot minder ernstige postoperatieve complicaties. Dat blijkt uit een systematische review en meta-analyse met trial sequential analysis in Anesthesiology.
De onderzoekers, onder wie Alexandre Joosten, Bernd Saugel en Sean Coeckelenbergh, includeerden 15 gerandomiseerde trials met in totaal 15.603 volwassenen onder algehele anesthesie. Ze vergeleken hogere MAP-doelen met routinematig bloeddrukmanagement. De hogere doelen waren vaste drempels of doelen op basis van de preoperatieve uitgangswaarde. Routinematig management betekent meestal een MAP van minimaal 60 tot 65 mmHg.
Hogere doelen verminderden wel de intraoperatieve hypotensie, maar niet de incidentie van AKI of myocardschade. Voor beide uitkomsten was het bewijs volgens de trial sequential analysis toereikend. Ook op mortaliteit, MACE, beroerte en opnameduur werd geen effect gevonden, al is het bewijs daar nog onvoldoende voor harde conclusies.
Wel was er een verband met minder postoperatief delier, vooral bij gepersonaliseerde doelen. Dat bewijs is nog niet sluitend. De auteurs wijzen erop dat anesthesiediepte en burst suppression in de trials niet consequent werden gerapporteerd. POISE-3 leverde ongeveer de helft van de patiënten.
De conclusie is dat klinisch relevante hypotensie voorkomen blijft. Routinematig hogere bloeddrukdoelen voor alle patiënten worden door het gerandomiseerde bewijs echter niet ondersteund. De mogelijke winst op delier vraagt om nieuwe, adequaat gepowerde trials.
Bronnen:
Anesthesiology — https://journals.lww.com/anesthesiology/fulltext/10.1097/aln.0000000000006190~higher-versus-routine-intraoperative-blood-pressure-targets ·
NYSORA — https://nysora.com/education-news/higher-intraoperative-blood-pressure-targets-fail-to-improve-major-postoperative-outcomes/