heet vanaf nu
2018
03
nov
door
Ingrid Hummel
293
2
0

Kunstmatige baarmoeder als vervanger van de couveuse

Het Máxima Medisch Centrum (MMC) toonde tijdens de Dutch Design Week een ontwerp van een kunstmatige baarmoeder. Een dergelijke ‘baarmoeder’ dient als vervanging van de couveuse en van de kunstmatige beademing die daarin plaatsvindt. Het concept, dat eerder al succesvol bleek bij een pasgeboren lammetje, is veel natuurlijker omdat het de omstandigheden van een échte baarmoeder veel meer benadert.

In Nederland komen jaarlijks bijna 1.700 kinderen extreem te vroeg ter wereld, na minder dan 32 weken zwangerschap. Lang niet altijd biedt de couveuse dan uitkomst. Van de baby’s die al na 24 weken zwangerschap worden geboren, overlijdt meer dan de helft. De kinderen die overleven, hebben vaak schade aan longen en hersenen, die bij de geboorte nog lang niet rijp zijn en de vele noodzakelijke medische behandelingen slecht verdragen. Vooral de druk waarmee zuurstof naar binnen wordt gepompt, kan schade opleveren.

‘Met elke week dat een kind in een baarmoeder kan doorgroeien, stijgen de kansen’, zegt gynaecoloog Guid Oei, een van de initiatiefnemers. In een kunstmatige baarmoeder ligt een foetus in een steriel reservoir gevuld met een vloeistof die lijkt op vruchtwater. De navelstreng is gekoppeld aan een machine die fungeert als een placenta, dus zuurstof en voedingsstoffen aanvoert en koolzuur afvoert.

Lammetjes
De afgelopen vijftig jaar hebben artsen over de hele wereld geprobeerd om een werkende kunstbaarmoeder te ontwerpen, zonder succes. Vorig jaar slaagden Amerikaanse kinderartsen er voor het eerst in om acht te vroeg geboren lammetjes twee tot vier weken in een kunstbaarmoeder in leven te houden.
De dieren ontwikkelden zich goed. In alle eerdere experimenten was de externe krachtbron, die het bloed van de foetus moest laten circuleren, te krachtig, waardoor schade ontstond. Maar het lukte de Amerikanen om het systeem zo te bouwen dat het hart van de foetus op eigen kracht de bloedsomloop op gang kon houden. Dat succes maakte de kunstbaarmoeder opeens ook voor de mens haalbaar, zegt gynaecoloog Oei.

Het Máxima Medisch Centrum wil voortborduren op die Amerikaanse ervaringen en gaat de komende jaren de technische mogelijkheden verkennen. Het ziekenhuis begint samen met de Technische Universiteit Eindhoven en een aantal Europese ziekenhuizen met wetenschappelijk onderzoek dat moet uitmonden in een eerste werkend prototype. Dat kan binnen vijf jaar gereed zijn, denkt Oei. Hij sluit niet uit dat hij de samenwerking zal zoeken met de Amerikaanse kinderartsen.

Cruciale overbrugging
Anton van Kaam, hoogleraar neonatologie in het Amsterdam UMC, noemt de kunstbaarmoeder ‘een heel aantrekkelijk idee’. Voor kinderen die extreem te vroeg worden geboren, kan zo’n baarmoeder een cruciale overbrugging betekenen in de meest kritische periode van hun leven, zegt hij. ‘Ik verwacht dat de risico’s op langdurige schade daarmee behoorlijk zullen afnemen.’ Maar de vertaling van lam naar mens is niet zomaar geregeld, vreest hij.
Een te vroeg geboren lam weegt een paar kilo en heeft een veel sterker hart dan een kindje van 700 gram, benadrukt hij. Kan zo’n klein hartje de hele bloedsomloop op gang houden? En hoe breng je de baby vanuit de moederschoot over naar het apparaat? ‘Om de longen van de foetus verder te laten rijpen, moeten ze met vocht gevuld zijn, maar een kind begint na de geboorte te huilen en zuigt zuurstof naar binnen. Dat moment moet je voor zijn.’

Gynaecoloog Oei kan zich voorstellen dat daarvoor een slurf wordt ontwikkeld of dat de bevalling onder water plaatsvindt en het kind meteen naar de kunstbaarmoeder wordt overgebracht. Andere optie, zegt Van Kaam: een baby na een keizersnede aan navelstreng en placenta laten zitten, het onmiddellijk in slaap brengen en in de kunstbaarmoeder leggen.


Ethische kwesties
De installatie op de Dutch Design Week is een verbeelding van hoe de baarmoeder eruit zou kunnen zien, zegt Hendrik-Jan Grievink van designbureau Next Nature Network, dat het project vormgaf. Doel is om het publiek ‘te prikkelen’, zegt ook Oei: ‘We willen kijken hoe de reacties zijn, of het idee wordt geaccepteerd. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat het voor ouders afschrikwekkend is om hun pasgeboren kind in een reservoir met vloeistof te zien drijven, zonder dat ze het kunnen aanraken. Mogelijk raakt de binding tussen ouder en kind erdoor verstoord. Over dat soort zaken moeten we nadenken.’
Ethische kwesties zijn er ook. Hoewel de betrokken artsen daar niet naar streven, kan met de kunstbaarmoeder de grens van levensvatbaarheid worden opgerekt. Nu worden kinderen vanaf een zwangerschapsduur van 24 weken behandeld, maar straks kunnen mogelijk nóg kleinere kinderen in leven worden gehouden, terwijl onduidelijk is welke gevolgen dat voor hun gezondheid zal hebben.

‘Dat zal een discussie oproepen’, denkt ook hoogleraar Van Kaam, ‘maar de afgelopen decennia is niet anders gebeurd. Toen ik begon als arts, lag de behandelgrens op 28 weken. De technologie is zo verbeterd dat we nu gezakt zijn naar 24 weken. Als de kunstbaarmoeder goed genoeg is, kan die grens mogelijk naar beneden. Maar dan moet de techniek wel heel geavanceerd zijn, want een nog kleiner kind heeft een nog kleiner hartje, en dat moet wel in staat zijn om het bloed zelf rond te pompen.’

Bron: Volkskrant

Deel dit artikel
2 keer gedeeld
reageer

Ingrid Hummel

Met mijn neus voor nieuws, enthousiasme en ervaring als operatieassistente in zowel diverse ziekenhuizen als zelfstandige behandelcentra, houd ik jullie, als redacteur van OK Visie, graag op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op ok-gebied.
Daarnaast ben ik het gezicht van 'in the picture', vrouw van Martijn, trotse moeder en fanatiek gezelligheidstennisster.

bekijk al mijn blogs >
nog geen reacties geplaatst
...

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Reactie*

Naam*

E-mail*

Plaats reactie >