Philips: Zorg moet direct meepraten over AI-ontwikkeling
De adoptie van kunstmatige intelligentie (AI) in de zorg verloopt nog te traag, ondanks de grote potentie hiervan. Zorgprofessionals moeten direct betrokken worden bij de ontwikkeling en implementatie van AI, zo betoogt Léon Kempeneers van Philips in een interview met ICT&health, om te zorgen voor effectieve en vertrouwde toepassing. Kempeneers wijst op de noodzaak van co-creatie en vertrouwen, en stelt dat "anders bouw je iets moois dat in de praktijk gewoon niet aansluit."
Kempeneers stelt dat directe betrokkenheid van alle belanghebbenden – waaronder zorgprofessionals, technologiebedrijven, beleidsmakers en patiënten – vanaf de aanvangsfase cruciaal is. "Als je wilt dat technologie echt werkt in de praktijk, moet je vanaf dag één alle betrokkenen meenemen," aldus Kempeneers. Hij voegt daaraan toe dat onderzoek uitwijst dat, ondanks de betrokkenheid van veel zorgverleners bij technologische innovatie, de aansluiting op de dagelijkse praktijk vaak nog tekortschiet. Hij pleit daarom voor een benadering waarin implementatie en co-creatie centraal staan.
Naast samenwerking is vertrouwen een andere pijler. Zorgprofessionals hebben behoefte aan transparantie over de werking, monitoring en juridische kaders van AI-systemen. Ook patiëntvertrouwen is hierin bepalend, gezien dit sterk beïnvloed wordt door de uitleg van hun zorgverlener. Een correcte omgang met data en het voorkomen van vooringenomenheid zijn hierbij van groot belang; AI-systemen dienen getraind en gevalideerd te worden met representatieve datasets om betrouwbare resultaten te waarborgen, waarbij instrumenten zoals bias-analyses risico's helpen identificeren.
De adoptie van AI in de zorg verloopt momenteel te traag, ondanks de algemene bereidheid, zo constateert Kempeneers. Hij wijst op structurele belemmeringen binnen het zorgsysteem, zoals de huidige diagnose-behandelcombinatie (DBC)-systematiek, die innovatie zou tegenwerken. Deze systematiek "belemmert innovatie over het algemeen," en zorgt ervoor dat nieuwe technologie niet wordt beloond of zelfs financieel nadelige gevolgen kan hebben, wat de introductie van bewezen innovaties vertraagt.