Spinaal of algeheel bij heupfractuur: de ASA-klasse maakt het verschil
Na jaren onderzoek is er nog geen duidelijke voorkeur voor spinale of algehele anesthesie bij een heupfractuuroperatie. Dat schrijft anesthesioloog Kristopher Schroeder (University of Wisconsin) in een overzichtsartikel in Anesthesiology News. De grote gerandomiseerde studies REGAIN en RAGA vonden geen verschil in delier, sterfte of mobiliteit. Volgens Schroeder zeggen die studies weinig over de patiënt die je in de praktijk op de OK ziet, omdat de deelnemers relatief gezond waren. In RAGA viel 80 procent van de patiënten in ASA I of II.
Grote Amerikaanse databasestudies met vooral ASA III- en IV-patiënten laten wel voordelen van spinale anesthesie zien. Het gaat dan om minder sterfte, minder nierfalen en minder reanimaties, en patiënten met COPD lijken er ook beter mee af. Bij ernstige hartproblemen kan juist algehele anesthesie passen, of een spinale anesthesie via een katheter, waarbij de anesthesioloog kleine doses bijgeeft. Zenuwblokken op de SEH en de OK hangen samen met minder pijn, minder opioïden en mogelijk een lagere sterfte op lange termijn. Echografie verdubbelt de kans dat de spinale punctie bij de eerste poging slaagt.
Ook de richtlijnen laten de keuze open. NICE adviseert spinaal of algeheel samen met de patiënt te kiezen. De Nederlandse richtlijn Proximale femurfracturen geeft een lichte voorkeur aan neuraxisblokkade, maar dateert van 2016, van vóór REGAIN en RAGA. Over zenuwblokken zijn alle richtlijnen het eens: geef ze vroeg en geef ze aan iedereen die ervoor in aanmerking komt.
Bronnen: Anesthesiology News, Richtlijnendatabase, NICE CG124